Hoofdredacteurs: Anna M.T. Bosman & Stijn Vandevelde

OOP jrg. 60 (3)

17,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

E-Book
SKU

OOP60-3

Jaargang

jrg. 60 nr. 3

Aantal pagina's

52

Uitvoering

full colour

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

Beschrijving

Een los nummer bestellen kan via OOP@Spabonneeservice.nl.


Inhoud van dit nummer

Volgspot: De gesuperviseerde professionele praktijk voor klinisch orthopedagogen in Vlaanderen
Johan Vanderfaeillie

Dysgrafie of dysdidactiek? Een kritische blik op de grafo-motorische benadering van handschriftproblemen
Freek Turlings

In Nederland verlaat 19% van de leerlingen het reguliere basisonderwijs met een onvoldoende tot (zeer) slecht leesbaar handschrift. Volgens voorstanders van een grafo-motorische visie op het handschrift zijn handschriftproblemen vaak het gevolg van gebreken in de schrijfmotoriek. Jaarlijks worden vanuit deze redenering naar schatting 25.000 tot 30.000 leerlingen behandeld door een kinderfysiotherapeut. Voorstanders van een grafo-cognitieve visie zien handschriftproblemen als het gevolg van een gebrek aan kennis over grafische lettervormgeving en materiaalhantering. Er zijn in Nederland slechts enkele remedial teachers die vanuit deze door de Stichting Schriftontwikkeling ontwikkelde visie werken. In de voorliggende studie is het Evidence statement (ES) van de Nederlandse beroepsvereniging van fysiotherapeuten, bedoeld om een wetenschappelijke onderbouwing te geven voor de huidige grafo-motorische praktijk, getoetst aan de grafo-cognitieve uitgangspunten. Allereerst komt uit deze analyse naar voren dat in het ES de cognitieve dimensie van het handschrift over het hoofd wordt gezien. Daarnaast is volgens het ES diagnose van de motorische schrijfstoornis dysgrafie mogelijk zonder kritisch onderzoek naar de kwaliteit van het genoten handschriftonderwijs. Opvallendst is de aanbeveling in het ES om motorische handschriftproblemen te behandelen met taakspecifieke (zelf)instructie en oefening, omdat probleem en oplossing hierbij niet op elkaar aansluiten. In de discussie van deze studie wordt uiteengezet waarom het problematisch is dat het ES, net als de meeste handschriftmethodes, een procesgerichte benadering van het handschrift hanteert. Door leerlingen uitsluitend lettertrajecten of ‘schrijfbewegingen’ na te laten bootsen, blijft de interne logica van de lettervormgeving voor hen verborgen. De Stichting Schriftontwikkeling hanteert een productgerichte aanpak waarbij de leerling – naast procesaspecten – ook expliciete instructie krijgt op lettervormgevingscriteria, gefaciliteerd door een hiertoe ontworpen letterfont. In de praktijk blijkt op kleine schaal dat met deze benadering alle leerlingen een goed vormgegeven handschrift is aan te leren, ook als deze leerlingen eerder waren gediagnosticeerd met dysgrafie.

Animal Assisted Education. Een theorieverkenning en literatuurstudie naar een innovatieve onderwijsinterventie
Riki Verhoeven, Marie-José Enders-Slegers & Rob Martens

Het inzetten van dieren ten behoeve van pedagogische en sociale doeleinden in het onderwijs is een veelbelovende, maar nog relatief onbekende interventie waarvan de effectiviteit, de onderliggende mechanismes en de theoretische kaders nog in beeld gebracht moeten worden. Het doel van deze literatuurstudie is een overzicht te krijgen van studies over de steeds vaker gebruikte dier-ondersteunde interventies in het onderwijs en inzichten te verwerven die richting kunnen geven aan verder onderzoek. Allereerst wordt een schets gegeven van het theoretisch kader van mens-dierinteracties/Human Animal Interactions (HAI), de effecten van dier-ondersteunde interventies in het algemeen/Animal Assisted Interventions (AAI) en van dier-ondersteund onderwijs/Animal Assisted Education (AAE) in het bijzonder. Daarna worden de veronderstelde achterliggende werkingsmechanismen van AAE beschreven. De literatuurstudie naar studies in de periode 2015-2019 maakt duidelijk dat er slechts een beperkte onderbouwing is van de resultaten van AAE. De 18 geïncludeerde studies zijn gericht op lezen, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het algeheel welbevinden van kinderen, de perceptie van leerkrachten op dieren in de klas, de fysieke effecten, leren en toets-stress. De studies beschrijven vooral positieve effecten over de inzet van dieren in het onderwijs. Toegenomen zelfperceptie, plezier, gevoel van geluk, speelsheid, ontspanning, aangaan van een uitdaging, niveau van de uitdaging, fysiek contact en betrokkenheid komen naar voren als te onderscheiden positieve effecten in de interventie AAE. In de afsluitende discussie staan tevens aanbevelingen voor vervolgonderzoek.