OOP jrg. 59 (6)

17,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

E-Book
SKU

OOP59-6

Jaargang

jrg. 59 nr. 6

Aantal pagina's

52

Uitvoering

full colour

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

Beschrijving

Een los nummer bestellen kan via OOP@Spabonneeservice.nl.


Inhoud van dit nummer

Volgspot: Toekomst is nu
Hedwig van Bakel

De uitdaging van een complexe diversiteit. Moeilijk leerlinggedrag, handelingsverlegenheid en emotionele uitputting bij leerkrachten in het speciaal (basis)onderwijs
Femke van den Brink & Nouchka T. Tick

Sinds de invoering van passend onderwijs zien leerkrachten op scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO) en cluster 4-scholen voor speciaal onderwijs (SO) vaker complex en moeilijk leerlinggedrag. Dit is niet alleen zorgelijk met oog op de ontwikkeling van leerlingen, maar ook vanwege de toenemende druk op leerkrachten en het risico op burn-outklachten. Om leerkrachten goed te kunnen ondersteunen is het belangrijk een beeld te krijgen van het gedrag dat zij in de huidige onderwijspraktijk zien en hoe vaardig zij zich voelen om daarmee om te gaan. In deze studie hebben we middels een online-vragenlijstonderzoek in kaart gebracht in hoeverre S(B)O-leerkrachten (N=355) te maken krijgen met diverse vormen van moeilijk leerlinggedrag in de klas en hoe vaak zij zich daarbij handelingsverlegen voelen. Ook onderzochten we hoe deze zaken samenhangen met emotionele uitputting (i.e. het kernelement van een burn-out) bij leerkrachten. We vonden dat de meeste leerkrachten geregeld tot zeer vaak geconfronteerd worden met diverse vormen van externaliserend gedrag, internaliserend gedrag en met een negatieve houding van leerlingen ten aanzien van schoolwerk. Dit geldt het sterkst voor SO-leerkrachten. Hoewel leerkrachten zich overwegend vaardig voelen in de omgang met alle vormen van moeilijk leerlinggedrag, roept dit bij de meesten soms gevoelens van handelingsverlegenheid op. Leerkrachten die vaker externaliserend leerlinggedrag zien, hebben, mede doordat zij daar vaker handelingsverlegenheid bij voelen, meer last van emotionele uitputting. Voor internaliserend gedrag en een negatieve houding ten aanzien van schoolwerk vonden we dit specifieke verband niet. Deze bevindingen laten zien dat S(B)O-leerkrachten voor de uitdaging van een complexe diversiteit staan, die niet zonder risico is voor hun beroepsmatig welzijn. Interventies die deze leerkrachten kunnen ondersteunen in het omgaan met in het bijzonder externaliserend leerlinggedrag, kunnen bijdragen aan een betere (beroepsmatige) gezondheid van deze leerkrachten en daarmee aan de continuïteit en kwaliteit van het onderwijsleerproces van veelal kwetsbare S(B)O-leerlingen.

Diverse perspectieven vanuit de klas op sociale participatie
Renske R. de Leeuw, Anke A. de Boer, Jan O. Bijstra & Alexander E.M.G. Minnaert

De sociale participatie van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften is de afgelopen decennia veelvuldig onderzocht. Opmerkelijk is dat veel van deze studies voornamelijk gaan over het functioneren van de klas en de leerkracht en leerlingen, en minder onderzoek is uitgevoerd samen met de directbetrokkenen van een klas. Het gevolg is dat er weinig bekend is over wat er in de klas gedaan wordt om sociale participatie te stimuleren en wat leerkrachten en leerlingen van deze strategieën vinden. In een recent promotieonderzoek is er vanuit het perspectief van 1) de leerkracht, 2) de leerlingen met gedragsproblemen en 3) de voorhanden empirische literatuur bekeken hoe sociale participatie gestimuleerd wordt en welke behoeftes er zijn om sociale participatie te verbeteren. Dit artikel presenteert diverse uitgevoerde studies en bevindingen vanuit de drie perspectieven. Op basis van de studies kunnen twee hoofdconclusies getrokken worden. De eerste conclusie is dat leerkrachten meer zouden moeten handelen vanuit de behoeften van een leerling, in plaats van te handelen op basis van de gedragsproblemen van de leerling. De tweede conclusie is dat het perspectief van de leerling onderbelicht is met betrekking tot het verbeteren van de sociale participatie in de klas. Het artikel sluit af met aanbevelingen voor orthopedagogen en beleidsmakers, om zodoende leerkrachten en professionals te ondersteunen om de sociale behoeften van leerlingen centraal te stellen in de vorming van onderwijs. Alleen zo kan de zorg geleverd worden om Passend Onderwijs ook daadwerkelijk passend te laten zijn voor iedere leerling.

Kunnen ambulante interventies uithuisplaatsingen in de jeugdhulp voorkomen? Evaluatie van de interventie Ambulante spoedhulp
Ronald De Meyer, Marsha Philipsen, Harm Damen & Jan Willem Veerman

Ambulante Spoedhulp (ASH) en Families First (FF) zijn beide ambulante interventies voor hulp aan gezinnen in crisis en met zorgen over de veiligheid van de betrokken jeugdigen, waarbij er vaak ook sprake is van een dreigende uithuisplaatsing. Eerder onderzoek uit 2013 naar de kwaliteit van de uitvoering en de uitkomsten van FF liet al zien dat deze interventie succesvol is bij het voorkomen van een uithuisplaatsing en dat bovendien het vaker toepassen van werkzaam geachte elementen hierbij van beslissend belang is. In dit artikel wordt nagegaan of dit voor ASH ook het geval is. Op basis van een analyse van gegevens over uitvoeringskwaliteit en de uitkomsten van ASH van 6261 gezinnen verzameld in de periode 2013 t.e.m. 2019 kon worden vastgesteld dat bij ASH gemiddeld aan 92% van de elf uitvoeringscriteria werd voldaan. Gemiddeld werd ook aan 86% van de drie uitkomstcriteria voldaan. Indien aan zes of meer uitvoeringscriteria werd voldaan, nam voor ieder volgend criterium dat werd behaald de kans op het bereiken van een positieve uitkomst significant toe. Deze uitkomst was gedefinieerd als het bereiken van minimaal twee van de drie uitkomstcriteria (crisis opgeheven, veiligheid gewaarborgd, basisroutines hersteld). De uitvoeringscriteria ‘zicht op de veiligheid in het gezin’ en ‘het evalueren van tussentijdse doelen’ bleken de grootste invloed te hebben op het behalen van een positieve uitkomst. Bij het behalen van deze uitkomst was ook de kans op een advies voor uithuisplaatsing meer dan drie keer kleiner dan zonder deze uitkomst. ASH en FF lijken goede interventies voor het voorkomen van een uithuisplaatsing. Dit is niet alleen gunstig voor de betrokken jeugdigen en hun gezinnen, maar ook voor gemeenten, die hiermee een goedkoper alternatief hebben voor hulp aan gezinnen in crisis. Het is aan te bevelen om FF en ASH verder te integreren en na te gaan welke werkzame elementen van beide interventies het beste voor welke gezinnen ingezet kunnen worden.

Meer dan residentieel!
Jos Meijs

Boekbespreking