Hoofdredacteurs: Anna M.T. Bosman & Stijn Vandevelde

OOP jrg. 60 (2)

17,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

E-Book
SKU

OOP60-2

Jaargang

jrg. 60 nr. 2

Aantal pagina's

48

Uitvoering

full colour

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

Beschrijving

Een los nummer bestellen kan via OOP@Spabonneeservice.nl.


Inhoud van dit nummer

Volgspot: Zorgzaamheid en onderling respect
Noud Frielink

Kosten-batenanalyse van een geïndiceerd preventieprogramma voor het verminderen van psychosociale problemen op de basisschool
Marcel Quanjel, Nienke Peters-Scheffer, Anouk Evers & Els Rommes

Sinds 2016 zet de gemeente Nijmegen het geïndiceerde preventieprogramma ‘De School Als Vindplaats’ (DSAV) in. Dit betekent dat op alle reguliere basisscholen in Nijmegen jeugdspecialisten aanwezig zijn, met meer kennis van en ervaring met complexere psychosociale en ontwikkelingsproblemen bij kinderen en opvoedingsproblematiek in gezinnen, dan reguliere hulpverleners als intern begeleiders en schoolmaatschappelijk werkers. Deze jeugdspecialisten dragen bij aan het monitoren van de ernst van de problematiek van kinderen en gezinnen en zetten waar nodig direct een interventie in. De vraag van de gemeente Nijmegen, en van andere gemeenten die de inzet van preventie- en interventieprogramma’s voor psychosociale problemen overwegen, is of de investering in dergelijke programma’s op afzienbare termijn leidt tot monetaire baten die de kosten op hun begroting kunnen compenseren. Met hulp van een kosten-batenanalyse van de 254 DSAV-interventies die gedurende een half jaar ingezet zijn op de basisscholen in Nijmegen, hebben wij de kosten van DSAV afgezet tegen de zorgkosten die zonder deze interventies gemaakt hadden moeten worden. Op basis van dit onderzoek laten wij zien dat het aannemelijk is dat een geïndiceerd preventieprogramma als DSAV al binnen een jaar tijd zorgkosten bespaart. Daarnaast verwachten wij dat geïndiceerde preventieprogramma’s op langere termijn meer zorgkosten zullen besparen en dat er naast zorgkosten ook individuele (welzijns- en materiële) en maatschappelijke kosten bespaard zullen worden.

Dyslexie en muziek. Verkennend onderzoek bij ervaren musici met en zonder dyslexie
Wied A.J.J.M. Ruijssenaars, Marnick W. Tappel & Birgit S. Jaarsma

In dit artikel beschrijven we de resultaten van een vragenlijstonderzoek naar de verschillen op het gebied van muzikale kennis en vaardigheden tussen ervaren musici met en zonder dyslexie. De resultaten geven niet alleen inzicht in de dagelijkse problemen die musici met dyslexie ondervinden, maar bieden ook aanknopingspunten voor een goede afstemming in het (hoger) muziekonderwijs. Aanvankelijk vulden 102 respondenten de vragenlijst in, waarvan er 81 bruikbaar waren: 18 ingevuld door musici met dyslexie en 63 door musici zonder dyslexie. De interpretatie van de antwoorden richt zich niet alleen op de muzikale kennis en vaardigheden, op de manier van musiceren en hoeveelheid oefening, maar ook op de mate waarin het gaat om bewuste en geïsoleerde kennis en vaardigheden of om kennis en vaardigheden die op elk moment en in elke situatie tijdens het musiceren vlot en min of meer onbewust zijn toe te passen. Het meest kenmerkend is dat willekeurige afspraken en associaties (zoals het lezen en verklanken van muziekschrift) onvolledig of zeer moeizaam geautomatiseerd zijn geraakt, wat gepaard gaat met het ervaren van problemen in de (meer complexe) praktijk van het uitvoeren van muziek. De conclusie van het onderzoek is dat musici met en zonder dyslexie onderling een aantal zeer uitgesproken en significante verschillen laten zien, die meer aandacht, begrip en aanpassingen vereisen binnen het (hoger) muziekonderwijs.

Aspecten van begrijpend lezen
Cor Aarnoutse

We beginnen dit artikel met een beschrijving van twee belangrijke theorieën of modellen op het gebied van begrijpend lezen. Daarna komen drie vaardigheden van begrijpend lezen aan de orde, namelijk het begrijpen van de betekenis van woorden (woordenschat), het afleiden van informatie uit een tekst en het monitoren van het eigen leesgedrag. Bij elke vaardigheid staan drie kwesties centraal, namelijk de betekenis en het belang van de vaardigheid, de ontwikkeling van de vaardigheid bij kinderen en het onderwijs in de betreffende vaardigheid. Zo komen bij woordenschat de volgende vragen aan de orde: welke rol speelt woordenschat of lexicale kennis bij begrijpend lezen? Hoe ontwikkelt woordenschat zich bij kinderen van de basisschool? En welke methodieken kunnen leerkrachten inzetten om woordenschat te ontwikkelen en te onderwijzen? Wat betreft het afleiden van informatie beschrijven we eerst de rol en het belang van lokale en globale inferenties bij het begrijpen van teksten. Daarna komt de ontwikkeling van deze vaardigheid bij kinderen van de basisschool aan de orde. Tot slot bespreken we enkele experimenten die tot doel hebben om bij kinderen het maken van lokale en globale inferenties te bevorderen. Het monitoren van het leesgedrag is de derde vaardigheid. Na het belang van het bewaken en controleren van het eigen leesgedrag te hebben aangetoond, besteden we aandacht aan de ontwikkeling van deze vaardigheid. Tot slot bespreken we methodieken die leerkrachten kunnen gebruiken om kinderen te leren hoe ze hun leesgedrag kunnen bewaken en verbeteren. We sluiten het artikel af met een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van goed begrijpend leesonderwijs.