Mark Kinet

Psychoanalytische hiphop. Van liefde tot sciencefiction

29,95


ISBN

978 94 6371 571 3

Aantal pagina's

293

Editie

nieuwe uitgave

Bindwijze

softcover

Uitvoering

zwart-wit

Reeks

Psychoanalytisch Actueel nr. 40

Levertermijn 3 à 5 werkdagen

Beschrijving

Voor velen lijkt de psychoanalyse vandaag een voorbijgestreefd curiosum. Dat botst met de levendige, eigentijdse hiphopcultuur die jongeren wereldwijd inspireert. Psychoanalyse en hiphop in één adem noemen klinkt dan ook ongewoon – bijna als vloeken in de kerk. Toch past die combinatie verrassend goed: zijn we als mens niet allemaal vol tegenstrijdigheden, een levende contradictie?

Letterlijk is hiphop een muziekgenre dat in de jaren zeventig uit de underground van de Verenigde Staten ontstond. Figuurlijk kun je ook de stroom van woorden en gedachten in de psychotherapeutische praktijk als een vorm van ‘psychoanalytische hiphop’ zien. Dankzij de vrije associatie wordt de patiënt uitgenodigd om spontaan te spreken, zonder censuur. Wat daaruit ontstaat, zijn vaak onverwachte fragmenten van waarheid.

Dit boek bevat 52 essays die een breed scala aan thema’s verkennen. Ze werpen een psychoanalytische blik op de liefde, (de kliniek van) het leven en de al dan niet virtuele realiteit. Ze halen daarbij ook inspiratie uit de bredere wetenschap, filosofie en cultuur. Lichtvoetig en diepgravend tegelijk dansen ze van idee naar idee, met een constante ondertoon. Ze maken zichtbaar wat anders in de schaduw blijft, in de geest van Lucebert: helder noemen wat donker opkomt.

Mark Kinet is psychiater, psychoanalyticus en hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel. Hij is auteur en redacteur van ruim dertig boeken over psychiatrie, psychotherapie, psychoanalyse en cultuur. www.markkinet.be


ISBN: 9789463715713

Reeks Psychoanalytisch Actueel nr. 40

Inhoudsopgave

I. Hip hop hoera! Preludium.

II. Psychoanalytische hiphop. Proloog.

III. Van liefde

  1. Liefdes infinitieven
  2. De verliefde staat
  3. Hondbewuste liefde
  4. Een vierkant verlangen
  5. Gebiologeerde liefde
  6. Kunstige liefde
  7. De geliefde spiegel
  8. Het ideaal van de liefde
  9. Dierenliefde
  10. Eerste liefde
  11. Doodgaan van liefde
  12. Passion victims
  13. Radiografie van de verleiding
  14. De gezongen liefde
  15. De schaduwen van de liefde
  16. The struggle for love
  17. De lieve lust
  18. Liefde tussen neuro en meta
  19. De liefde als evenement
  20. Overdrachtelijke liefde
  21. Pornocratie
  22. Een liefdevolle plek

IV. Voor de kliniek

  1. Psychoanalytische posologie
  2. Het huis van de psychoanalyse
  3. Saving Private Ryan
  4. Gouden stront
  5. Manneken Pis
  6. Klimaaterkenning
  7. Spreekt het lichaam?
  8. Een posse op internet
  9. Van stenodactylo tot liquid crystal display
  10. Van horeca tot eureka
  11. Mijn Signorelli-moment
  12. Een poëtische psychoanalyse
  13. Onsterfelijkheid

V. Van het leven

  1. Peter Panne
  2. Marketing
  3. Kent & I
  4. Pygmalion
  5. Een klinische objective correlative
  6. Een Atlas met burn-out
  7. Taxi Driver
  8. Het Wilde Westen
  9. Vakantieleed

VI. Tot sciencefiction

  1. Van Big Brother tot Big Data
  2. Net liefde
  3. Formule E
  4. Play the game
  5. Second life
  6. Ai of oei
  7. Hal 9000 op de sofa
  8. Van prehistorische tot futuristische liefde

VII. Algoritmische liefde. Epiloog.

VIII. Noten

IX. Verantwoording

Proloog

Het veertigste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel leek me een gepaste gelegenheid voor iets buitenissigs. Voor velen binnen en buiten de wetenschappelijke wereld is de psychoanalyse vandaag een soort fraude van Freud en geldt ze zowel theoretisch als therapeutisch als een voorbijgestreefd curiosum. In haar cenakels is bovendien grijsharigheid troef en kwatongen hekelen zelfs haar gerontocratie. Dit alles contrasteert met de hiphoppende jongerencultuur die tegenwoordig hoogtij viert. Psychoanalyse en hiphop in één adem noemen heeft dan ook iets anachronistisch en het lijkt misschien wel zoals vloeken in de kerk. Tegelijk dekt deze titel echter precies goed de lading, want volgens de psychoanalyse is tegenspraak onvermijdelijk en is de mens in essentie zelfs een contradictio sine qua non.

Letterlijk is hiphop een muziekgenre dat in de jaren zeventig uit de underground van de Verenigde Staten ontstond. Deze ondergrondse wortels verlenen hiphop vaak iets duisters. Ik verwijs bijvoorbeeld naar Eminem met zijn Cleanin’ out my Closet en andere van zijn schotschriften. Anderzijds noemt Afrika Bambaataa, een van de hiphopgrootheden van het eerste uur, peace, unity, love en having fun als de kernwaarden van hiphop. We kunnen ze moeilijk negatief noemen.

Meer figuurlijk kunnen we het luidop denken dat in menig psychotherapeutische spreekkamer uit onze ondergrond opborrelt als ‘psychoanalytische hiphop’ beschouwen. Door de grondregel van de vrije associatie wordt de patiënt als het ware aangemoedigd van de hak op de tak te springen/hoppen. Uit dit kladwerk kunnen zodoende fragmenten van waarheid verschijnen. Ze netjes tot een sluitend geheel proberen te smeden dient veeleer de schijn en de leugen en theorie is vaak hooguit een vruchtbare vergissing. Ik verwijs in dit verband graag naar short-story schrijver Donald Barthelme: ‘Fragments are the only forms I trust.’1 Is ook de taal van het verlangen niet bij voorkeur fragmentarisch? Ze doorbreekt bestaande kaders en houdt het denken in beweging.

De titel karakteriseert daarmee het opzet van de hiernavolgende essays. Essays betekent: proeven of probeersels. In 1942 schreef Albert Camus in zijn dagboek waarom hij meer kunstenaar was dan filosoof: omdat ik denk volgens de woorden en niet volgens de ideeën.2 En volgens zijn land- en tijdgenoot Jean Cocteau is kunst vleesgeworden wetenschap. Nog in deze lijn zijn essays een geschikt format om dichten en denken te vermengen. De pudding van het brein kan daarbij verdragen aangaan met de karbonade van het hart. In het beste geval combineren essays het ludieke met het lucide en kenmerken ze zich aldus door ludiciteit.3

Dichten, want het essay is inderdaad een bijzonder literair genre. Als dusdanig is het  methodisch on-methodisch. Het weigert gewichtigheid. Het kenmerkt zich door spelplezier, inclusief toevalligheid en overbodigheid. De essayist steekt geen discours af. Hij streeft niet naar volledigheid. Hij goochelt met woorden en ideeën en brouwt hiervan een aan alles overspelige mengeling. Hij laat zich daarbij zowel leiden door intelligentie als door intellect, door suggestie en evocatie zowel als door precisie en explicitering. Hij roept op en raakt schouwend aan en wel op een manier waarbij waarachtigheid of geloofwaardigheid in een genietbare vorm worden gegoten.

Maar het essay is ook een filosofisch genre. Michel de Montaigne zei over zijn Essais: ‘C’est moi que je peins.4 Wat ik schilder, ben ikzelf. Het essay brengt dan verslag uit van een denken dat feitelijk alleen maar een zoeken is en zich daarin vindt. Het is me dunkt een geschikte biotoop voor wie afkeer voelt voor gesloten theorie of ideologie, wie neigt tot divergentie en dissidentie en wie ambiguïteit of meerduidigheid koestert. Past een en ander ook niet ter omschrijving van de psychoanalytische onderneming waar per slot van rekening toch vooral luidop gedicht en gedacht wordt? Onze roerselen blijven halfgaar; pas in de mond worden ze gevormd. Of in de pen, natuurlijk!

De essays uit dit boek bevatten hopelijk genoeg van Bambaataa’s kernwaarden en voldoende dichten én denken. Ze bekijken de (al dan niet virtuele) realiteit van liefde en leven door de bril van de psychoanalyse. Ik corrigeer, want de laatste beluistert veeleer de vernoemde realiteiten. In tegenstelling tot de geneeskunde hanteert ze niet de kliniek van de blik, maar die van het oor. Ze is nu eenmaal niet gericht op wat zichtbaar/objectiveerbaar is maar op wat onzichtbaar (zoal niet verborgen) en/want subjectief is. Ze is – in een spielerei – geen fictieve wetenschap maar wel een vorm van sciencefiction.

Hierna volgen 52 essays. Je kan ze als een boek speelkaarten bekijken, maar ook als een boek  dat divers levensgebied in kaart tracht te brengen. Ze putten daartoe uit de meest uiteenlopende wetenschappelijke, filosofische, culturele en psychoanalytische bronnen. Ze bestrijken zodoende een brede waaier maar staan elk geheel op zichzelf. Ze kunnen dus zowel in één ruk als stuk voor stuk/week per week worden gelezen. Het zijn slechts de thematiek, het perspectief en mijn stem die er hun samenhang aan verlenen. Ze combineren de frivoliteit van hop-on, hop-off met een volgehouden basso continuo. Ze trachten  zodoende een motto van Lucebert te volgen: helder noemen wat donker opkomt. Hun betrachting is zowel paradoxaal als onmogelijk. Alsof je de duisternis met een zaklamp zou kunnen onderzoeken. Veiligheidsgordels aan dus voor een schriftelijke variatie op Mission Impossible.

 

  1. Barthelme, D. (1981). Sixty Stories. New York: Putman.
  2. Waanders, J. (2024). Het voelende denken van Albert Camus. Filosofie-Tijdschrift, 34(1), 63-65.
  3. De Cauter, L. (2007). De oorsprong van het spel. In: N. Vliegen & L. Van Lier (Red.), Een spel voor twee spelers. Spel en speelsheid in de psychoanalytische therapie. Leuven-Leusden: Acco.
  4. Montaigne, M. de (1580). Essais. Paris: Flammarion, 1969, 1979.

 

–> Download deze Proloog

Preludium

Hip Hop Hoera!

Als een Gouden Sigi kwam je uit de mond van je mama
Maar je had Hannibal’s ballen. Hoe word je anders
Veerman op zowel Lethe als Styx of hoe beland je aan
De overkant als een kruising tussen Columbus en
Conquistador?

Je bedreef een geografie van de geest. Het wemelt er van de
Heksen die seksen met een bezem tussen hun benen:
Erogene regionen van hysterie en hypnose, van zwarte
Magie en roze psychose.

Sindsdien tieren dromen welig aan onze
Slapen en zijn we verrast hoe pervers we ontwaken. Als
We ons tenminste niet laten vangen door een spiegel
Van water.

Later worden we naast liefhebber ook hater. We berijden
Het ros van eros maar stevenen tegelijk af op de
Afgrond onder thanatos’ mos.

Het Ik en nog iets daarboven weren zich duivels in
Wijwater. Ze knutselen aan kosmos tegen de chaos
Van ons Es.

En jij maar hiphop dansen. Raar of naar,
Maar je amuseert je blijkbaar
Rot met de schaduwen in onze grot.

Mark Kinet