Hoofdredacteurs: Anna M.T. Bosman & Stijn Vandevelde

OOP jrg. 61 (5)

17,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

E-Book
SKU

OOP61-5

Jaargang

jrg. 61 nr. 5

Aantal pagina's

48

Uitvoering

full colour

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

Beschrijving

Een los nummer bestellen kan via OOP@Spabonneeservice.nl.


Inhoud van dit nummer 

Orthoblog: Schoolweigering
Anna M.T. Bosman

Volgspot: Ode aan het gewone
Stijn Vandevelde

Jeugd en media in het speciaal onderwijs. Praktijkervaringen van beroepskrachten
Emma G. Middag, Peter Nikken, Inge B. Wissink & Svenja A. Büttner

De manier waarop beroepskrachten in het Speciaal Onderwijs (SO) in Nederland in de onderwijsomgeving omgaan met het (problematische) mediagebruik van leerlingen, is nog weinig bestudeerd. Wel is bekend dat kinderen met extra ondersteuningsbehoeften in de thuissituatie vaker met problematisch mediagebruik te maken hebben. Via interviews met 19 beroepskrachten (o.a. leerkrachten, intern begeleiders, gedragswetenschappers) van 3 SO-scholen is daarom onderzocht (a) wat voor media de leerlingen gebruiken en welke online kansen en problemen zij daarbij ervaren, (b) welke kinderen het meest vatbaar voor problemen zijn, (c) hoe de beroepskrachten met de problemen op school omgaan, en (d) wat ze daarbij nodig hebben om effectief te zijn. In lijn met buitenlands onderzoek onder vergelijkbare kinderen met ondersteuningsbehoeften hebben leerlingen in het SO volgens beroepskrachten vooral problemen met overmatig gamen, gewelddadige films en games bekijken of spelen, en online ruzies en pestgedrag. In mindere mate hebben leerlingen in het SO ook al te maken met seksueel getinte media versturen of ontvangen. Deze problemen hangen volgens beroepskrachten specifiek samen met het geslacht en met de sociaal-emotionele en cognitieve beperkingen en gedragsproblemen van de leerlingen. Daarnaast noemden beroepskrachten het ontbreken van een consequente en betrokken opvoeding door de ouders als een belangrijke factor voor problematisch mediagebruik van de leerlingen. Beroepskrachten vinden het lastig om het problematisch mediagebruik, dat vaak buiten de school begint, op  school op te lossen of te voorkomen. Het vraagt maatwerk door de typische beperkingen of problemen. Ook ontbreekt het aan kennis over kinderen en media-effecten, in te zetten lessen mediawijsheid, overleg met de ouders over mediaopvoeding en structurele ondersteuning vanuit management.

Empowerment van ouders als buffer tussen ouderlijke stress en gedragsproblemen van kinderen na gezinsgerichte hulp
Harm Damen, Ron H.J. Scholte, Ad A. Vermulst, Petra van Steensel & Jan Willem Veerman

In gezingsgerichte hulp wordt het vergroten van de empowerment van ouders als een belangrijke manier gezien om positieve behandeluitkomsten te bereiken, zoals in het probleemgedrag van hun kinderen. Empirisch onderzoek is echter schaars en alleen gericht op ontwikkelingen tijdens gezinsgerichte hulp. De voorliggende studie onderzocht hoe de empowerment van ouders en de gedragsproblemen van kinderen zich ontwikkelen tijdens en na gezinsgerichte hulp. Ook werd de hypothese getoetst dat empowerment van ouders aan het einde van gezinsgerichte hulp een buffer vormt tussen de negatieve invloed van ouderlijke stress op de gedragsproblemen van kinderen na gezinsgerichte hulp. In de studie volgden we 275 gezinnen met meervoudige en complexe problemen voor een lange periode. Deze gezinnen werden ondersteund met Intensieve Ambulante Gezinsbehandeling (IAG). Informatie over de empowerment van ouders (Empowerment Vragenlijst) en gedragsproblemen van kinderen (Strengths and Difficulties Questionnaire) werd verzameld aan het begin en einde van de hulp, en gemiddeld 2.8 jaar (SD = 1.6) later. Op dit follow-upmoment werd ook informatie verzameld over ouderlijke stress en verdere professionele ondersteuning aan het gezin. De gegevens werden geanalyseerd met latente regressieanalyses. Uit de studie bleek dat de gedragsproblemen van kinderen tussen aanvang en einde van gezinsgerichte hulp significant afnemen (effectgrootte = .60) en dat de empowerment van ouders significant toeneemt (effectgrootte = .53). De geboekte vooruitgang in het kindgedrag houdt stand na de hulp. De gedragsproblemen blijven gemiddeld echter ernstig en verdere professionele ondersteuning voor het kind na gezinsgerichte hulp is nodig. Conform onze verwachting vonden we een positieve relatie tussen ouderlijke stress en gedragsproblemen bij kinderen na gezinsgerichte hulp (B = 1.12). We zagen echter ook dat de empowerment van ouders aan het einde van gezinsgerichte hulp een buffer vormt (B = -.53); ouderlijke stress heeft een minder negatieve invloed op de ontwikkeling van gedragsproblemen van kinderen na gezinsgerichte hulp wanneer ouders meer empowered zijn aan het einde van de hulp. Onze studie benadrukt het belang van empowerment van ouders tijdens gezinsgerichte hulp voor de ontwikkeling van de gedragsproblemen van kinderen op langere termijn.

De psychosociale aspecten van een leerstoornis
Sylke Toll, Jojanneke van der Beek, Martine Mönch & Hans van Luit

De impact van de leerstoornissen dyslexie en dyscalculie reikt verder dan de schoolse context. Het hebben van een leerstoornis kan aanzienlijke gevolgen hebben voor het psychosociaal functioneren van jeugdigen. Onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat jeugdigen en volwassenen met een leerstoornis een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van met name internaliserende problematiek. Verschillende theorieën, zoals de control-value theorie, de zelfdeterminatietheorie en de attributietheorie, beschrijven het complexe samenspel tussen cognities, emoties en gedrag in relatie tot leerproblemen. Vanuit deze theorieën komen centrale concepten naar voren die in grote mate bijdragen aan de leerbeleving van jeugdigen met een leerstoornis: het zelfbeeld, (faal)angst en coping. Binnen diagnostisch onderzoek zouden gedragswetenschappers middels een integrale aanpak de leerbeleving als steevast onderdeel in kaart moeten brengen. Cognitieve gedragstherapie is een effectieve behandelvorm bij jeugdigen en adolescenten met angstklachten, somberheid, een laag zelfbeeld en beperkte probleemoplossingsvaardigheden. Wegwijs in dyslexie en dyscalculie, een cognitief gedragstherapeutisch behandelprogramma, is ontwikkeld om jeugdigen (van 9 tot 16 jaar) met een specifieke leerstoornis te leren omgaan met de uitdagingen die zij als gevolg van deze stoornis kunnen ervaren in het dagelijks leven en het schoolse leren. Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op het ontwikkelen van diagnostische instrumenten, alsmede op de vraag welke elementen en technieken werkzaam blijken om de beleving van de leerstoornis op positieve wijze te stimuleren en de psychosociale klachten bij deze doelgroep te doen verminderen.