Hoofdredacteurs: Anna M.T. Bosman & Stijn Vandevelde

OOP jrg. 61 (3)

17,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

E-Book
SKU

OOP61-3

Jaargang

jrg. 61 nr. 3

Aantal pagina's

52

Uitvoering

full colour

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: ,

Beschrijving

Een los nummer bestellen kan via OOP@Spabonneeservice.nl.


Inhoud van dit nummer 

Volgspot: In verbinding
Noud Frielink

Geweld tegenover pleegkinderen in Nederland in de periode 1945-2018: een historisch narratief
Hans Grietens

In opdracht van de Commissie Geweld in de Jeugdzorg hebben we onderzoek verricht naar aard, ontstaan en impact van fysiek, psychisch en seksueel geweld tegenover pleegkinderen in Nederland in de periode 1945-2018. We bevroegen meerdere informanten en raadpleegden diverse bronnen. Alle vormen van geweld kwamen tijdens de hele tijdsperiode voor, vaak in combinatie met elkaar. Vooral slachtoffers uit de vroegste perioden rapporteerden langdurig en zeer heftig geweld. De dynamieken die leidden tot geweld of zorgden voor de instandhouding ervan, kunnen het beste worden begrepen vanuit een complex samenspel tussen risicofactoren op microniveau (bv. verzwaarde en stressvolle opvoedingssituatie), mesoniveau (bv. te hoge caseload bij professionals) en macroniveau (bv. gedecentraliseerde organisatie van pleegzorg). Het geweld had grote impact op pleegkinderen en droeg volgens hen in de volwassenheid bij aan ernstige lichamelijke, psychische en sociale problemen. Hoewel vanaf medio jaren negentig het risico op geweldsincidenten in pleegzorg gevoelig daalde, onder andere door de centralisatie van de pleegzorgsector en een toename van de professionalisering, zijn nog lang niet alle risico’s op geweld tegenover pleegkinderen verdwenen. De aanbevelingen van de Commissie kunnen inspirerend zijn bij het verder optimaliseren van de veiligheid van pleegkinderen.

Het belang van het behaalde onderwijsniveau voor zorgverlaters
Laura Gypen, Delphine West, Lara Stas, Camille Verheyden, Frank Van Holen & Johan Vanderfaeillie

Uit onderzoek blijkt dat zowel pleeg- als residentiële zorgverlaters op lange termijn vaak lagere opleidingsniveaus behalen dan leeftijdsgenoten uit de algemene populatie. Nochtans blijft het onderwijsniveau in onze westerse samenleving een belangrijke toegangspoort tot succes, zowel op het vlak van tewerkstelling en inkomen, als op het vlak van huisvesting. Deze studie verkent en voorspelt de onderwijsprestaties van zorgverlaters in Vlaanderen en onderzoekt het effect van het behaalde opleidingsniveau op andere domeinen (tewerkstelling, inkomen en huisvesting). De studie omvat 220 zorgverlaters, zowel vanuit pleegzorg (n = 138) als vanuit residentiële zorg (n = 82). Gegevens worden verzameld aan de hand van een zelfrapportagevragenlijst gebaseerd op reeds bestaande overheidsvragenlijsten. De participanten (77 mannen, 143 vrouwen) zijn op moment van hun eerste deelname tussen 21 en 27 jaar oud. Zorgverlaters van zowel residentiële als pleegzorg behalen significant lagere diploma’s, verdienen minder en zijn vaker dakloos dan leeftijdsgenoten uit de algemene populatie. Residentiële zorgverlaters behalen lagere diploma’s en zijn vaker werkloos dan pleegzorgverlaters. Uit meervoudige regressieanalyses blijkt dat het behaalde onderwijsniveau een cruciale factor is, die de resultaten op het gebied van tewerkstelling, inkomen en huisvesting op lange termijn meebepaalt. Een lager opleidingsniveau hangt significant samen met meer plaatsingen en minder ondersteuning tijdens de zorgperiode en brengt een beduidend hoger risico op werkloosheid en financiële en huisvestingsbelemmeringen met zich mee. Het is daarom belangrijk om jonge zorgverlaters te ondersteunen bij het behalen van hun diploma, zodat zij gelijke kansen krijgen in onze samenleving. Beleidsmakers moeten zich richten op meer ondersteuning op het vlak van onderwijs tijdens de periode in de zorg. School- en plaatsveranderingen moeten tot een minimum worden beperkt en de samenleving moet investeren in psychologische ondersteuning tijdens de plaatsing.

“Klikt het?” Verwachtingen van zorggebruikers over outreachende hulpverleners in tijden van zorgvermaatschappelijking
Jürgen Magerman, Stefaan De Smet, Jessica de Maeyer & Wouter Vanderplasschen

De vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg zet de klassieke, residentieel gekleurde visie op vereiste competenties van hulpverleners op losse schroeven. Enerzijds dienen hulpverleners zorggebruikers en hun wensen meer centraal te stellen en een meer gelijkwaardige zorgrelatie na te streven. Anderzijds moeten ze sterk inzetten op het uitbouwen van verbinding met de maatschappij. Door het solitair karakter van outreachend werk moeten hulpverleners (inclusief orthopedagogen) meer autonoom beslissingen nemen en de impact ervan zelfstandig monitoren. Hoe zorggebruikers binnen de geestelijke gezondheidszorg dit zelf ervaren, is onduidelijk. Aan de hand van de open vraag ‘Wat is voor u een goede hulpverlener?’ en een ‘diamond ranking’ methode wordt nagegaan welke competenties zorggebruikers die opgevolgd worden door een mobiel outreachteam belangrijk vinden en hoe zij deze beleven. In totaal werden 64 interviews afgenomen. De interviews werden via een framework-methodiek geanalyseerd. Uit de antwoorden op de open vraag komt naar voren dat bevraagde zorggebruikers de relationele band met begeleidende hulpverleners essentieel achten. Naast het belang van connectie onderstrepen ze ook het belang van het katalyseren van emoties, het toewerken naar doelen en het stimuleren van experimenteren met alternatief gedrag. Uit de diamond ranking blijkt dat betrouwbaar geachte hulpverleners naast het respecteren van zelfbeschikking het mandaat hebben om situaties of beslissingen van de zorggebruiker in vraag te stellen. Protocollair werken staat haaks op de gewenste authentieke opstelling die nodig is om een goede hulpverlenersrelatie uit te bouwen. Het inbouwen van periodieke evaluatiemomenten en het opstellen van een op voorhand goedgekeurd crisisplan is voor zorggebruikers essentieel. Het uitbouwen van een sociaal netwerk en een band met de samenleving blijken belangrijke uitdagingen voor zorggebruikers, maar zijn essentieel wil de vermaatschappelijking van de zorg zijn doel bereiken en bijdragen tot volwaardig burgerschap en een bevredigende kwaliteit van leven.

Boekbesprekingen
Inez Buyck