Cahiers Politiestudies – ABO 2021

Hoofdredacteur: Elke Devroe
Algemene editoren: Paul Ponsaers & Lodewijk Gunther Moor

Cahiers Politiestudies – ABO 2021

135,00

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: , , ,

Omvang

4 themanummers per jaar

Aantal pagina's

ca. 1000

SKU

ABO-CPS-2021

Beschikbaarheid: Uitverkocht Categorieën: , , ,

Beschrijving

Cahiers politiestudies

Cahiers Politiestudies is een kwartaalreeks die zich richt op hoogstaande, kwalitatieve bijdragen over politiële vraagstukken en fenomenen die de politie interesseren.

Kernredactie
Elke Devroe (hoofdredacteur)
Paul Ponsaers
Lodewijk Gunther Moor

Redactie
Philippe De Baets
Sofie De Kimpe
Jo Forceville
Janine Janssen
Timo Kansil
Renze Salet
Auke van Dijk
Antoinette Verhage

Abonneren
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel (4 themanummers per jaar). Een jaarabonnement kost € 135,- + € 9,95 eenmalige bijdrage in de verzendkosten (incl. btw). Een abonnement kan jaarlijks worden opgezegd vóór 1 december van de lopende jaargang. Neemt u een abonnement in de loop van een jaargang, dan ontvangt u ook de reeds verschenen delen van die jaargang.

Abonnees kunnen de cahiers ook gratis digitaal lezen via Google Play en de App Store.

Een los exemplaar (gedrukt) kost € 39,- (incl. btw).

Een los exemplaar (e-book pdf) kost € 29,25 (incl. btw).

Premiumformule “Vrienden van de Cahiers Politiestudies”:

• 5 gedrukte exemplaren per aflevering voor eigen gebruik of verspreiding naar believen (20 Cahiers per jaargang dus, op 1 adres);
• digitale toegang via Google Play en de App Store (smartphone of tablet);
• één gratis toegang tot elke Cahierstudienamiddag, live of digitaal (vier keer per jaargang dus); én
• een bijzondere vermelding als “Vriend van de Cahiers Politiestudies” op de website van het tijdschrift (cahierspolitiestudies.eu).

Bijdrage premiumformule: 500 euro incl. btw (waarde ruim 984,75 euro).

Opzet
De kwartaalreeks is multidisciplinair opgezet, waarbij criminologie een prominente plaats krijgt naast andere disciplines. De reeks wordt begeleid door een internationale redactieraad. De redactieraad waakt over de kwaliteit van de ingediende manuscripten dankzij een internationale double blind peerreview-procedure en ontwikkelt een proactief beleid met het oog op het samenstellen van thematische volumes. Daartoe worden gasteditoren in België en Nederland aangezocht.

Doelgroep
Zowel wetenschappers (academici, beleidsondersteunende onderzoekers, opleidingscentra en bibliotheken) als practici afkomstig uit politie, justitie en belendende domeinen vinden hier een forum. De Cahiers Politiestudies zijn uitgegroeid tot betekenisvolle thematische naslagwerken, met zowel wetenschappelijke als praktijkgerichte bijdragen die voor de politie en voor ruimere beroepskringen en academici een onmisbaar instrument zijn. Een instrument dat een degelijk en professioneel overzicht biedt van een eigentijds thema.

Cahiers Politiestudies overzichtsfolder

Een abonnement aanvragen kan via CPS@Spabonneeservice.nl of door het formulier in te vullen via de bovenstaande knop “Abonneren”.
Een los exemplaar bestellen kan via www.gompel-svacina.eu.


Huidige jaargang 2021

Cahier 58: Verhoren van mentaal kwetsbare personen
Gasteditoren: Marc Bockstaele, Frédéric Declercq, Robin Kranendonk, Koen Geijsen, Auke Van Dijk

Het verhoor van kwetsbare volwassenen, als gevolg van een tijdelijke of permanente psychische of psychiatrische stoornis, valt sedert de ‘Salduzwetten’ onder hetzelfde regime als het verhoor van minderjarigen. De ondervrager moet de kwetsbaarheid met gezond verstand zelf inschatten, eventueel na overleg met de behandelend magistraat en ‘advies’ van de aanwezige advocaat. Doorgaans zullen personen met een zware psychische stoornis, zoals schizofrenie en paranoia, wel tijdig herkend worden. Dit geldt ook voor een ‘zichtbare’ verstandelijke beperking, zoals het syndroom van Down.
Het probleem zit echter in de detectie van subtielere, verborgen vormen van zware psychische stoornissen tijdens de interventie. Onder meer schizofrenen, paranoïci en personen met een (licht) verstandelijke beperking trachten hun pathologie soms te verbergen. Uit gebrekkig ziekte-inzicht, uit schaamte of uit vrees om gek of dom te worden bevonden. Omgekeerd zijn er ook verdachten die een psychische stoornis veinzen (bv. geheugenverlies, hallucinaties of wanen).
Welke hulpmiddelen staan de justitiële actoren, die ter zake leken zijn, ter beschikking om een inschatting te maken? En welke aspecten hebben daarbij extra aandacht nodig?
Dit Cahier bespreekt niet alleen een aantal varianten van psychische stoornissen en beperkingen, maar gaat in op de politionele aanpak van kwetsbare volwassenen, meer bepaald op de verhoortechniek.

 

Cahier 59: Europese politiesamenwerking
Gasteditoren: Timo Kansil, Antoinette Verhage, Peter De Buysscher, Gert Vermeulen

Een groot aantal problemen dat de politie aanpakt speelt tegelijkertijd op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Dat geldt bijvoorbeeld voor georganiseerde criminele groepen, die het bestaan van verschillende grenzen en jurisdicties handig gebruiken. Maar ook voor openbare ordehandhaving, waar crises op het wereldtoneel tot spanningen in wijken leiden.
Omdat problemen gemakkelijk over grenzen heen stromen, bestaat er in de Europese ruimte inmiddels een groot aantal maatregelen ter versterking van de grensoverschrijdende aanpak. Conform de aard van de Europese Unie zoeken deze maatregelen een balans tussen de activiteiten van lidstaten en het Europese niveau. Daarnaast hebben deze maatregelen zich te verhouden tot het lokale niveau. Dat is immers de schaal waar de politie in grote mate haar verankering kent.
Europese politiesamenwerking is al met al het zoeken naar de goede samenhang tussen de verschillende schaalniveaus, die tegelijkertijd vanuit een eigen perspectief werken .Vraag in dit Cahier is hoe die Europese samenwerking – bezien als een leerstuk van multi-level governance – vandaag gestalte krijgt. Dit wordt uitgewerkt aan de hand van vragen als: Helpt Europese regelgeving bij een betere samenwerking tussen politiekorpsen, bijvoorbeeld in Euregio’s en ter deling van informatie? Welke uitdagingen zijn er vandaag met betrekking tot samenwerking? Hoe succesvol is de samenwerking tussen de Europese instituties Europol en Frontex en nationale en lokale politiekorpsen? In welke mate vindt Europese politiesamenwerking buiten de Europese Unie plaats, zoals in derde landen en in vredesmissies? Ontstaat er door Europese samenwerking een gedeelde opvatting over operationele concepten en over de aard van het politievak?

 

Cahier 60: Sektarische bewegingen
Gasteditoren: Philippe De Baets, Janine Janssen, Anton Van Wijk, Johan Braeckman

Dit themanummer van de Cahiers Politiestudies handelt over sekten. De term heeft een negatieve connotatie, die mee werd ingegeven door enkele ruchtmakende zaken die de afgelopen decennia de internationale media haalden zoals de belegering door het FBI van de ranch van de Branch Davidians in 1993 of de gifgasaanval van de Japanse Sekte van de Hoogste Waarheid op de metro van Tokio in 1995. De georganiseerde collectieve moord op en zelfmoord van leden van de Orde van de Zonnetempel in Grenoble datzelfde jaar deed ook in België alarmbellen rinkelen, omdat één van de stichters een landgenoot was.
Dit voorval leidde tot de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie die in haar eindrapport vaststelde dat de kennis van het sektarische fenomeen in politionele en juridische kringen ‘fragmentarisch en uitermate beperkt’ was. De informatie-uitwisseling en coördinatie van strafrechtelijke onderzoeken liep daarenboven vaak mank, wat nog versterkt werd door het gebrek aan mensen en middelen. [1] De wetshandhaving op dit domein is in een open en democratische samenleving waarin vrijheid van meningsuiting en van godsdienst grondwettelijk worden gewaarborgd niet zo evident. Bovendien tekent de beleidsaandacht voor sekten zich af als een pendelbeweging. Ruim twintig jaar geleden na de beëindiging van de werkzaamheden van de Sektecommissie kunnen we vaststellen dat er in België specifieke wetgeving tot stand is gekomen, wat in Nederlands nog overigens nog steeds niet het geval is. Daarenboven werd in de schoot van het Ministerie van Justitie een sektewaakhond opgericht, referentiemagistraten aangesteld en duidelijker ingezet op coördinatie en preventie. De politieke prioriteiten verschoven echter sinds 2015 naar terrorismebestrijding. De aandacht van politie-en inlichtingendiensten richt zich voortaan vooral hierop. Noch de Kadernota Integrale Veiligheid, noch het Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019 weerhield de aanpak van sekten nog als een topic [2].
De hamvraag die in het kader van dit Cahier dient te worden beantwoord is of de strafrechtelijke handhaving de meeste doeltreffende wijze is waarop dit fenomeen dient te worden benaderd of er in plaats hiervan meer moet worden ingezet op een bestuurlijke bundeling van krachten en op preventie via onderwijs en hulpverlening. Andersoortige juridische interventies van burgerlijke, fiscale of sociaal-rechtelijke aard bezitten handhavend potentieel. Ook sekten evolueren immers snel en passen zich aan een gewijzigde maatschappelijke realiteit aan.

 

Cahier 61: Politie op het platteland
Gasteditoren: Renze Salet, Sofie De Kimpe, Bert Wiegant, Paul Ponsaers

Het beeld van de politie en van politiewerk wordt overwegend bepaald door de politie in de grootstedelijke context. In Nederland komt dit onder andere tot uiting in de beschikbare middelen voor de politie die vooral naar de stedelijke gebieden zijn gegaan. Dit heeft geleid tot onder meer de sluiting van lokale politiebureaus vooral in de plattelandsgemeenten, aanzienlijke vermindering van openingstijden, terugtrekken van de politie van het platteland en sterk toenemende aanrijtijden buiten de steden. Daarnaast is de organisatie van de Nationale Politie sterk geënt op stedelijke kernen (met vaak marginale aandacht voor het omliggende gebied), ook in bestuurlijke zin. Het gaat hierbij bovendien om werkwijzen en standaarden die vaak meer passen bij de grootstedelijke aanpak en problematiek dan bij die van de dorpen en het buitengebied.

In dit Cahier komt de vraag aan de orde in hoeverre politie op het platteland in empirische en normatieve zin ‘anders’ is dan de politie in de grootstedelijke context. In hoeverre verschillen de problemen die zich voordoen in de stad en op het platteland (nog steeds)? Welke culturele aspecten spelen een rol bij de sfeer en werkopvattingen bij de plattelandspolitie ten opzichte van politie in de stad? In hoeverre stellen lokale, soms geïsoleerde gemeenschappen op het platteland andere sociale en culturele eisen aan de politie. Zijn er andere verwachtingen van de politie op het platteland ten opzichte van de stedelijke politie? Welke ontwikkelingen hebben bijgedragen aan de gelijkstelling van plattelandspolitie en stedelijke politie en welke gevolgen heeft deze gelijkstelling? Omdat de politie in België een veel fijnmaziger organisatievorm heeft met zijn politiezones, is in dit Cahier een gerichte vergelijking tussen de Nederlandse en Belgische situatie relevant.

 


Vooruitblik jaargang 2022

Cahier 62: Politie en rechtsstaat in een gedigitaliseerde samenleving
GasteditorenAuke Van Dijk, Philippe De Baets, Lodewijk Gunther Moor, Elke Devroe, Stavros Zouridis

De klassieke rechtsstaat is innig verbonden met de soevereine natiestaat. De essentie van de staat werd door Weber (1917) gedefinieerd door het monopolie op het legitiem gebruik van geweld ‘binnen een bepaald gebied’. Daar staat door technologische ontwikkelingen de nodige druk op: informatie- en communicatietechnologie is in hoge mate grenzeloos en relativeert het belang van territorialiteit. Dit werd reeds twee decennia geleden aan de orde gesteld in een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (1998) Staat zonder land. In dat rapport werd aandacht gevraagd voor de gevolgen van informatie- en communicatietechnologie voor het handelingsvermogen van de staat, in het bijzonder waar het gaat om de handhaving van de rechtsorde. Wie nu kijkt naar de strategische agenda’s op het terrein van Justitie en Veiligheid, ziet dat dezelfde vragen onverminderd urgent zijn. Er wordt de nodige aandacht besteed aan de problemen rond criminaliteit – waaronder cybercriminaliteit – maar veel minder aandacht aan de ondermijning van rechtstatelijke waarborgen. Het ontbreekt vaak aan toetsing door het OM, zaken komen nooit voor de (Europese) rechter, opsporingsbevoegdheden worden ingezet voor andere doelen, er is sprake van een vervaging tussen de politie- en de inlichtingenfunctie, etc. Wat betekent dit alles voor de – feitelijke en gewenste/gevreesde – ontwikkeling van de politiefunctie? Wanneer de politiefunctie in ruime zin wordt beschouwd, biedt deze digitalisering ook belangrijke handhavingsopportuniteiten en efficiëntiewinsten voor de bijzondere inspectiediensten (Carlens, 2003). Eén en ander kan op gespannen voet komen te staan met de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer die niet alleen door een Gegevensbeschermingsautoriteit wordt bewaakt maar ook door toezichtscomités zoals het Comité dat werd opgericht in de schoot van de Kruispuntbank voor Sociale Zekerheid.

 

Cahier 63: Politie en seks
Gasteditoren: Sofie De Kimpe, Janine Janssen, Pia Struyf, Paul van den Eshof

Dit cahier bestaat uit twee delen. In het eerste deel gaan we na hoe de politie in België en Nederland omgaat met seksgerelateerde problemen. We vragen ons af hoeveel deze misdrijven voorkomen in politiestatistieken en in welke vorm. Is daar doorheen de jaren verandering in te merken? Hierbij willen we het niet enkel hebben over zedenmisdrijven in enge zin (verkrachting en aanranding), ook misdrijven gelinkt aan prostitutie zoals pooierij, mensenhandel en seksuele uitbuiting komen aan bod. We hebben het over seksmisdrijven, zowel tegen mannen, als tegen vrouwen, als tegen LGBT. We vragen ons ook af hoe oud de relatie is tussen de politie en seksuele misdrijven. Is dat enkel iets van de moderne tijden of zijn dergelijke misdrijven al heel lang terug te vinden in de notieboekjes van de politie? Bestaan zedenbrigades al erg lang of is dit een fenomeen van de 20ste of 21ste eeuw? Uiteraard schenken we ook aandacht aan kinderprostitutie, kinderpornografie en pedofilie, maar evenzeer tienerpooierschap (loverboy-fenomeen) en seksuele uitbuiting en oplichting via sociale media. Het cahier wenst bijzondere aandacht te schenken aan bijdragen (onderzoeken of expertise) die ons meer vertellen over de recherchepraktijken en het politiestraatwerk, de contacten tussen politie, slachtoffers en daders, de samenwerkingsverbanden tussen politie en haar voornaamste partners. De politionele recherche staat voorop, uiteraard zijn bijdragen aangaande preventie een mooie aanwinst.

In het tweede deel van dit cahier stellen we ons de vraag hoe het gesteld is met de seksuele diversiteit bij de politie. Hoe divers is de samenstelling van de politie in België en Nederland? Beschikken we over een morfologie dienaangaande? Aandacht gaat vooral naar diversiteit in gender (man, vrouw en LGBT) maar evenzeer naar de combinatie etniciteit-gender. Het cahier wil ook inzicht geven in het diversiteitsbeleid in beide landen. Wat doet de politie in België en Nederland om van haar organisatie een diverse organisatie te maken? Welke maatregelen voeren de politieorganisaties aangaande rekrutering, selectie, loonbaanbeleid en opleiding?

 

Cahier 64: Politiecultuur
Gasteditoren: Janine Janssen, Marc Cools, Bart De Francq, Dorian Schaap

In het onderzoek naar de politie speelt het begrip ‘politiecultuur’ een belangrijke rol. In veel onderzoek komt een somber en negatief beeld van die politiecultuur naar voren: denk bijvoorbeeld aan het vaak beschreven wantrouwen van politiemensen jegens de samenleving en de mogelijkheden om criminaliteit te bestrijden. Tevens wordt conservatisme, angst voor veranderingen en een weifelende houding jegens alles en allen die anders zijn. Dit beeld kleurt het imago van de politie bij burgers, mede dankzij de uitwerking in tal van populaire politieseries en detectives. Uiteraard valt tegen dit sombere beeld ook het een ander in te brengen. Want past dit veelal op Angelsaksisch onderzoek gebaseerd beeld ook bij de politie in Nederland en België? En is die politiecultuur dan ook niet – net als alle andere culturen – veranderlijk? Een ander belangrijk punt van kritiek is dat in dit stereotiepe beeld van de politiecultuur sterk wordt uitgegaan van het politiewerk dat in uniform wordt verricht en dat bij de recherche plaatsvindt. Maar bij de politie worden natuurlijk ook andere vormen van werk verricht. Wat heerst er dan voor cultuur bij bijvoorbeeld afdelingen die zich bezighouden met sporenonderzoek of het analyseren van informatie en intelligence? In deze typen politiewerk hebben we de laatste jaren ook meer hogeropgeleiden bij de politie zien binnenkomen. Heeft dat dan nog invloed op die politiecultuur of dragen zij juist bij aan veranderingen van die cultuur? Of zijn er wellicht subculturen ontstaan? In dit themanummer staan we stil bij de vraagtekens bij het klassieke beeld van de politiecultuur.

 

Cahier 65: Afbrokkeling van de discretionaire ruimte
Gasteditoren: Antoinette Verhage, Renze Salet, Christophe De Pauw, Frank Schuermans, Jan Nap

In theorie wordt politiewerk aangestuurd door wet- en regelgeving en zou de interactie met de burger ook vanuit dat kader verlopen. In de praktijk blijkt het dagelijks politiewerk slechts gedeeltelijk door regels te worden geleid. Politiemensen hebben discretionaire ruimte waarmee wordt verwezen naar de handelingsmarge of beslissingsvrijheid die practitioners in hun dagelijkse werk hebben om zinvol te handelen (met het oog op een meer duurzaam resultaat naar de toekomst toe).

Discretionaire ruimte wordt niet altijd als positief ervaren: te weinig sturing op die ruimte zou zorgen voor te veel beslissingsmarge en leiden tot ongelijke behandeling van burgers. Veel literatuur richt zich dan ook op het verkleinen van die marge. In een recente publicatie rond abstracte politie (Terpstra e.a., 2018) wordt echter gesteld dat de discretionaire ruimte, in het kader van new public management en een abstractisering van politiewerk, steeds meer verkleind wordt en zelfs helemaal zou verdwijnen. Dat dit niet vanzelfsprekend een positieve evolutie is, mag duidelijk zijn; discretionaire ruimte heeft immers naast heel wat nadelen (gevaar voor willekeur, rechtsongelijkheid, rechtsonzekerheid, enz.) ook voordelen (het mogelijk maken van maatwerk, responsabilisering van de ambtenaar, oplossingsgericht werken).

In dit themanummer willen we deze tegenstrijdige tendensen onderzoeken en nagaan in welke mate we in Nederland en België dezelfde, dan wel tegenstrijdige evoluties herkennen. Is het afnemen van de discretionaire ruimte enkel in Nederland te constateren? Hoe worden beslissingsprocessen vandaag ingevuld? Hoe ervaren praktijkmensen (zoals politiemensen, maar ook inspecteurs, gemeenschapswachten, …) deze discretionaire ruimte? Op welke manier zou discretionaire ruimte vormgegeven kunnen worden? Dit zal gebeuren aan de hand van verschillende onderzoekslijnen geassocieerd met de discretionaire ruimte, zoals hierboven vermeld.

 


Terugblik jaargang 2020

Cahier 54: Informatiegestuurde politie
Gasteditoren: Jelle Janssens, Wim Broer, Marc Crispel, Renze Salet

In het streven het politiewerk gerichter, effectiever en efficiënter te maken door een degelijke analyse van beschikbare informatie, wordt het ideaal van een informatiegestuurde politie, ook wel intelligence-led policing genoemd, al enkele decennia nagestreefd in vele politieorganisaties. Het omzetten van dit ideaal naar de praktijk ging en gaat echter niet zonder slag of stoot, maar de technologische omgeving waarin de politie functioneert is de voorbije jaren sterk veranderd. De mogelijkheden om grote hoeveelheden data (‘big data’) op te slaan en te analyseren en het politiewerk digitaal aan te sturen en te verrijken zijn enorm toegenomen. Deze ontwikkeling werpt de vraag op in hoeverre het lukt om de politie om te vormen naar een hoogwaardige informatie- en kennisorganisatie en welke beperkingen en voorwaarden zich daarbij voordoen, onder andere in cultuur en in beschikbare middelen en technologie. Hoe krijgen noties als predictive policing of policing of risks in de praktijk vorm en welke impact heeft het informatiegestuurde karakter op de verschillende onderdelen van het politiewerk en de samenwerking met andere veiligheidspartners? Wat betekent de internationalisering van politiewerk voor deze ontwikkeling? Wat zijn de morele en normatieve aspecten en vragen die deze ontwikkelingen bij de politie oproepen?

 

Cahier 55: Toezicht op de politie
Gasteditoren: Elke Devroe, Joery Matthijs, Tom Van den Broeck, Lodewijk Gunther Moor

In haar rapport constateert de Nederlandse Commissie Evaluatie Politiewet 2012 dat de politie kampt met verantwoordingsoverlast. De commissie veronderstelt dat dit alles veel geld en energie kost, maar ook dat het gemakkelijk kan leiden tot een defensief gedrag en onverschilligheid, in plaats van een reflectieve en lerende houding. De commissie beveelt aan het aantal verantwoordings- en toezichtsprocessen te beperken en daar ritme en structuur in aan te brengen. Een probleem bij dit voorstel is dat het voorgestelde toezicht in het verlengde ligt van het bestuur en beleid. Dit toezicht is niet onafhankelijk en hoeft niet op te komen voor het publieke belang. Wat bij de Nederlandse politie lijkt te ontbreken, is onafhankelijk extern toezicht. In het Nederlandse regeerakkoord staat een passage over het oprichten van een aparte rechtbank voor politiemensen die zich voor de rechter dienen te verantwoorden voor het gebruik van aan hen toegekende geweldsmiddelen. Wat zijn de voor- en nadelen van een aparte rechtbank voor de politie? Hoe verhoudt dat zich tot tuchtrecht en disciplinaire maatregelen? Hoe is de situatie in België? In België bestaat immers wel onafhankelijk toezicht met het Vast Comité voor Toezicht op de Politiediensten (het Comité P). In dit Cahier kan het bestaande externe toezicht op de politie in België en Nederland tegen het licht worden gehouden. Wat leert de vergelijking tussen België en Nederland? Wat werkt wel en wat niet en waarom? Wat zijn bevorderende en belemmerende factoren voor effectief toezicht? Hoe zou het externe toezicht moeten worden vormgegeven?

 

Cahier 56: Politie en cybercrime
Gasteditoren: Christianne de Poot, Eva Lievens, Wouter Stol, Lies De Kimpe

Cybercrime is een relatief nieuw onderwerp, dat tal van vragen oproept. Welke delicten houdt de verzamelterm “cybercrime” in? Wie zijn nieuwe daders en welke uitdagingen stelt het fenomeen voor preventie en opsporing van deze vormen van misdaad? In dit Cahier gaan we op zoek naar resultaten van recent (internationaal) onderzoek. Hoe zit het met de nieuwe Wet Computercriminaliteit III in Nederland? Wat zijn veranderende businessmodellen van cybercriminelen en wat zijn de gevolgen daarvan voor de politie? In welke mate praten we over vormen van georganiseerde criminaliteit? Wat zijn verschillen en overeenkomsten tussen jeugdige daders van online en offline criminaliteit en de gevolgen van nieuwe dadergroepen voor de aanpak van jeugdcriminaliteit? Is het mogelijk cybercriminelen te profilen, en wat levert dat dan op in termen van persoonlijkheid, levensloop, criminele motivaties en sociale netwerken? Wie zijn de slachtoffers van online en offline criminaliteit en doen ze al dan niet aangifte van de feiten? Tal van vragen die om een dringend antwoord vragen.

 

Cahier 57: Politie in crisissituaties
Gasteditoren: Evelien De Pauw, Dimitri De Fré, Jeroen Wolbers

De politie is één van de belangrijkste actoren in de hedendaagse crisis- en rampenbestrijding, maar krijgt in die hoedanigheid betrekkelijk weinig wetenschappelijke aandacht. Recente crisissituaties, zoals de Europese vluchtelingencrisis, vermissingen in Nederland of de terroristische aanslagen in Brussel, illustreren niet alleen dat de politie een belangrijke rol speelt, maar evengoed dat de rol en aard van politiewerk ten tijde van crises aan constante veranderingen onderhevig zijn. In dit Cahier wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe goed politieorganisaties in Nederland en België voorbereid zijn op nieuwe crises en rampen. Onderwerpen die aan bod komen, zijn: de relaties tussen politie, brandweer en andere hulpdiensten ten tijde van crisis; politiehervormingen en de gevolgen voor politie-inzet bij crises en rampen; het nieuwe Belgische wettelijke kader dat de structuren aanreikt; de interactie tussen burgers en politie tijdens crisissituaties (of vermissingen) en ad-hoc-besluitvormingsprocessen onder toenemende druk.

Abonneren


Digitaal lezen

Het tijdschrift kan ook digitaal op een tablet of smartphone gelezen worden met de ‘Tijdschriftenmandapp’.

Hoe?

  • Ga naar iTunes of Google Play store en zoek de app Tijdschriftenmand.
  • Download en installeer de app.

Voor iOS: https://itunes.apple.com/nl/app/tijdschriftenmand/id919499193?mt=8
Voor android: https://play.google.com/store/apps/details?id=nl.nowmedia.emagazine2.spabonneeservice

Abonnees kunnen in de Tijdschriftenmand-app inloggen met hun klantnummer (niet: e-mailadres) en wachtwoord. Het wachtwoord ontvangt u automatisch per e-mail zodra uw abonnement is geregistreerd. (De afzender van deze e-mail met wachtwoord is gens@spabonneeservice.nl. Kijk desgevallend ook uw reclame- of spammap na.)

Inloggegevens vergeten? Mail naar: gens@spabonneeservice.nl